bijrol

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛɪrɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kleinere en minder belangrijke taak hebben
    De docent heeft eigenlijk maar een bijrol in het leerproces, de student heeft de hoofdrol.
    Ze zou net als haar voorgangers uit de 17de eeuw ook wel een frisse duik willen nemen, maar voorlopig volstaan gulzige slokken uit haar bidon. Een bijrolletje in de historie van La Planche is genoeg.
  2. een kleinere en minder belangrijke rol hebben in een toneelstuk of film
    Ronald Reagan speelt een bijrolletje in de film 'Back to the Future' deel 2