bijpraten
/ˈbɛipratə(n)/
Betekenis
werkwoord
- zorgen dat je weer alles van elkaar weet nadat je elkaar een tijd niet gezien hebtDe vriendinnen hadden elkaar gisteren nog uitgebreid gesproken, maar moesten vandaag toch weer een uur lang bijpraten.Dan kunnen wij samen hiernaartoe komen en met zijn allen een beetje bijpraten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek