bijpraten

/ˈbɛipratə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zorgen dat je weer alles van elkaar weet nadat je elkaar een tijd niet gezien hebt
    De vriendinnen hadden elkaar gisteren nog uitgebreid gesproken, maar moesten vandaag toch weer een uur lang bijpraten.
    Dan kunnen wij samen hiernaartoe komen en met zijn allen een beetje bijpraten.