bijholte
vrouwelijk (de)/'bɛɪhɔltə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een holte in het voorhoofd, de bovenkaak of het zeefbeen
Vertalingen
Engelsparanasal sinus
DuitsNasennebenhöhle
Poolszatoka przynosowa
Zweedsbihåla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek