bijenkap

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel dat een imker draagt als hij met de bijen werkt
    Joep pakt zijn witte bijenkap met gaas waarin een holte is uitgespaard ter hoogte van de mond, waar zijn met „slechte tabak” gestopte bijenpijp doorheen steekt. NRC Arjen Schreuder 13 juni 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/06/13/bijenhouden-is-cool-11740616-a1301366 'Bijenhouden is cool']

Vertalingen

Engelsbee veil