bij

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vliesvleugeligen (vliesvleugeligen) benaming voor vliegende insecten uit het geslacht die leven van nectar en honing
    Bijen zijn heel nuttige dieren voor de landbouwers en de fruittelers.
    De wilde bij is van enorm belang, zo bespaart de 'gratis arbeider' de mensheid jaarlijks miljarden euro's. Toch weten we relatief weinig van de hardwerkende insecten. Onderzoekers willen hier verandering in brengen met de eerste Nationale Bijentelling dit weekend, waarbij iedereen wordt gevraagd om in de tuin of op het balkon het aantal bijen te turven. [https://www.nu.nl/weekend/5228345/gaat-niet-goed-met-bijen-en-kan-catastrofaal-economie.html www.nu.nl]
  2. (in het bijzonder) honingbij
voorzetsel
  1. in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)
    De boom staat bij het huis.
  2. op de plaats behorende tot
    De vereniging vergaderde bij de heer De Vries.
  3. tijdens, gedurende
    bij leven was hij smid.
  4. op het moment van
    bij het horen van deze woorden.
  5. in de omstandigheid van
    bij nacht en ontij.
  6. in geval van
    bij onvoldoende aanmeldingen wordt de bijeenkomst afgezegd.
  7. door, als gevolg van
    bij toeval.
  8. in toestand van
    bij zinnen.
    bij volle verstand.
  9. ergens aan toevoegen
    Doe er maar wat extra zout bij.
    Hij kwam ook bij de club.

Etymologie

:Oost: : bi

Uitdrukkingen

  • bezige bij

Vertalingen

Engelsbee
Fransabeille
DuitsBiene, Imme
Spaansabeja
Italiaansape
Portugeesabelha
Russischпчела
Chinees蜜蜂
Japans蜂, 蜜蜂
Koreaans
Arabischنَحْلَة
Turksarı
Poolspszczoła
Zweedsbi
Deensbi