bigband
mannelijk (de)/ˈbɪɡbɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jazzorkest bestaande uit ongeveer 12 tot 25 muzikanten en omvat saxofoons, trompetten, trombones en een ritmesectieDie zaterdag is ook het Vlaardingen 1018 Popfestival. De line-up: Bigband Jazz aan de Waterweg, Popkoor Diamond, The Amazing Stroopwafels, Gitaarschool VLD, Splendid, Zang- en Muziekcentrum Vlaardingen, KD40 met Jan de Ligt, Funkanizers, Waylon en De Hitmachine. Tubantia 28-05-18 [https://www.tubantia.nl/algemeen/vier-1000-jaar-slag-bij-vlaardingen-mee~a0c648f3/ Vier 1000 jaar Slag bij Vlaardingen mee]In de Prelude in e klein van Chopin gaat Julia helemaal los. “Mijn solo begint heel klassiek, met drieklanken. Ongemerkt zijn daar opeens de blue notes en voor je het weet sta je te flippen op het podium. Zelden heb ik zo’n energiek stuk gespeeld. We voelen ons blazers in de bigband.” Tubantia Peter Zandee 15-10-18 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/muzikaal-treffen-klassiek-enamp-jazz-br-beets-meets-philippens-in-ruurlo~a35c24d1/ Muzikaal treffen klassiek & jazz: Beets meets Philippens in Ruurlo]Harry had het grootste deel van de erfenis van opa ingepikt en was ervandoor gegaan naar Amerika om een bigband te beginnen.
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek