bigamist
mannelijk (de)/biɣa'mɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon die dubbel gehuwd is, (die bigamie pleegt)Het brandmerken of brandtekenen, een straf voor bedelaars, dieven en bigamisten, gold als waarschuwing voor anderen en was niet afkoopbaar.
Etymologie
*afgeleid van bigamie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek