bier

onzijdig (het)/bir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van hop en kruiden
    In het leven van de Egyptische farao's 5000 jaar geleden, hoorde bier tot het dagelijks dieet.[https://www.biernet.nl/algemeen/bier-geschiedenis Geschiedenis van bier], biernet.nl
    Bier wordt hoofdzakelijk van gerst gemaakt.[https://pilsje.wordpress.com/over/het-brouwen/ Het brouwen], pilsje.wordpress.com
    De hele ochtend lagen we languit in het water. Pogue stak zijn pijp op en ging languit onder een boom een boek lezen. Dit was een paradijs, alleen het koude biertje ontbrak.
  2. metonymisch, feest (metonymisch), (feest) feestelijk onthaal, waarbij over het algemeen bier [1] gedronken wordt
    Op een bier uitgenodigd zijn.

Etymologie

* in het Middelnederlands, in de betekenis van ‘alcoholhoudende drank’ voor het eerst aangetroffen in 1240, van *beura of *beuzaDe verdere etymologie is onzeker: mogelijk : *b(e)u-, *bh(e)u- "opblazen, groeien, zwellen", of via bēor, bior uit *breor van het "bréowan" "brouwen"

Uitdrukkingen

  • boven zijn bier zijn
  • dat is geen klein bier
  • een vaatje zuur bier
  • bier na wijn geeft venijn
  • wijn na bier geeft plezier
  • oude wijven, zuur bier

Vertalingen

Engelsbeer, ale
Fransbière
DuitsBier
Spaanscerveza
Italiaansbirra
Portugeescerveja
Russischпиво
Chinees啤酒
Japansビール
Koreaans맥주
Arabischبيرة
Turksbira, arpa suyu
Poolspiwo
Zweedsöl
Deensøl