woorden
boek
Start
›
B
›
biduur
biduur
onzijdig (het)
/ˈbɪtyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het tijdstip dat men gebruikelijk bidt
een periode van een uur dat men bidt
Synoniemen
bidstond
bedestond
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← biduren
bidvertrek →