bezorgdheid

vrouwelijk (de)/bə'zɔrxthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) bekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren
    Zij had me gevraagd om altijd een extra liter water mee te nemen, zodat ik nooit zonder zou komen. Ik was erg ontroerd door haar bezorgdheid, maar ook door haar praktische advies.
    Dat zou hun allemaal plezier doen en het zou Ingeborgs bezorgdheid aan banden leggen.

Etymologie

*Afgeleid van bezorgd .

Vertalingen

Engelsworry
Fransinquiétude
DuitsBesorgnis
Spaansinquietud