bezoeken

/bəˈzukə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bij iets of iemand langsgaan of langskomen
    De jongens wilden hun oma bezoeken.
    La Pyramide was het eerste driesterrenrestaurant in de Michelingids, bezocht door Hollywoodsterren als Rita Hayworth en Clark Gable.
    Als ik vroeger naar een nieuwe plaats verhuisde, bezocht ik steevast alle kerken van de stad.
  2. ov, verouderd (ov), (verouderd) iemand kwellen
    Hij werd bezocht door zware hoofdpijnen.

Etymologie

*Afgeleid van zoeken

Vertalingen

Engelsvisit
Fransvisiter
Duitsbesuchen, heimsuchen, quälen
Spaansvisitar
Poolsodwiedzać
Deensbesøge