bezoeken
/bəˈzukə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bij iets of iemand langsgaan of langskomenDe jongens wilden hun oma bezoeken.La Pyramide was het eerste driesterrenrestaurant in de Michelingids, bezocht door Hollywoodsterren als Rita Hayworth en Clark Gable.Als ik vroeger naar een nieuwe plaats verhuisde, bezocht ik steevast alle kerken van de stad.
- (ov), (verouderd) iemand kwellenHij werd bezocht door zware hoofdpijnen.
Etymologie
*Afgeleid van zoeken
Vertalingen
Engelsvisit
Fransvisiter
Duitsbesuchen, heimsuchen, quälen
Spaansvisitar
Poolsodwiedzać
Deensbesøge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek