bezinning

vrouwelijk (de)/bə'zɪnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. terugkomen van een dwaling of een verbijstering
    Gelukkig kwam hij nog op tijd tot bezinning voordat hij echt domme dingen had gedaan.
  2. het rustig overdenken van zaken
    Want ik zeg u eerlijk: er gaan in de hectiek van alledag periodes voorbij waarin bezinning en reflectie er bij inschieten. Mark Rutte NRC 6 november 2016

Etymologie

* van bezinnen

Vertalingen

Engelsawareness, consciousness
Spaansconocimiento, sentido