bewoning

vrouwelijk (de)/bəˈwonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de permanente aanwezigheid van een bepaalde plaats
    Er is al bewoning vastgesteld in het 9e millennium v.Chr.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van bewonen .

Vertalingen

Engelshabitation