bewoning
vrouwelijk (de)/bəˈwonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de permanente aanwezigheid van een bepaalde plaatsEr is al bewoning vastgesteld in het 9e millennium v.Chr.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bewonen .
Vertalingen
Engelshabitation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek