bewondering
vrouwelijk (de)/bəˈwɔndəˌrɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) het bekijken met enig ontzagIk heb erg veel bewondering voor hem.Er klonken kreten van bewondering uit de menigte. {{Aut|Herzen, FrankVolgens de Twentse pastoor onderscheidt de christelijke gemeenschap op Sri Lanka zich door hun sterk verzoenende houding jegens andere religies. „Ze vormen slechts een kleine minderheid, - zo’n zeven procent van de bevolking- maar zijn zeer verdraagzaam. Zo heb ik het meegemaakt dat tijdens een misviering de buren van het boeddhistische gebedshuis opzettelijk lawaai begonnen te maken om het geluid van biddende christenen te overstemmen. Ik heb bewondering voor hun lankmoedigheid.” Tubantia Herman Haverkate 21-04-19 [https://www.tubantia.nl/regio/twentse-pastoor-marc-oortman-leeft-mee-met-zijn-vrienden-op-sri-lanka~a187f4de/ Twentse pastoor Marc Oortman leeft mee met zijn vrienden op Sri Lanka]
- bekijken met enig genoegenDe man glimlachte van bewondering naar het rapport van zijn zoon.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bewonderen .
Vertalingen
Engelsadmiration
Fransadmiration
DuitsBewunderung
Spaansadmiración
Italiaansammirazione
Turkshayranlık
Poolspodziw
Zweedsbeundran
Deensbeundring
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek