bewerken

/bə'wɛrkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
    Het ijzer werd eerst bewerkt in de fabriek.
  2. ov, informatica (ov), (informatica) een bestand of map wijzigen om voor een ander doel geschikt te maken
    Klik rechts op het bestand om het met een programma te kunnen bewerken.
  3. proberen iemand van mening laten veranderen
    De politicus probeerde de studenten te bewerken.
    Terwijl haar schoondochter ergens in een modderbad lag te doezelen, kon zij samen met haar geliefde schoonzoon ongestoord Jeroen een weekend lang bewerken.
  4. iets met een mes anders maken
    Deze stoel had fraai bewerkte poten.
  5. landbouw (landbouw) land geschikt maken voor het planten van gewassen
    'Mijn vader zoekt mannen voor haar om het land te bewerken,' vertelde hij.

Etymologie

*Afgeleid van werken .

Vertalingen

Engelswork, adapt, edit
Franstravailler, adapter, éditer
Duitsbearbeiten, behandeln, bearbeiten
Spaanselaborar, editar
Deensbehandle