beweren
/bəˈwerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar isWil je dat nu echt beweren?Ik had met lopen een nieuw doel in mijn leven gevonden. De lange afzondering in de natuur vormde een mooie aanvulling op mijn drukke leven in Nederland en ik kwam vol energie thuis. Het ritme van het lopen met soms wel 70.000 stappen per dag vormde een innerlijke kadans, waarvan sommige wetenschappers beweren dat er op deze manier een inventieve samenwerking ontstaat tussen de twee helften van je brein.Terwijl Jeroen onverstoorbaar doorronkte begreep ze wat haar zus met een omweg had beweerd.
Etymologie
*Oorspronkelijk twee verschillende Middelnederlandse werkwoorden die zijn samengevallen. Het ene werkwoord is bewaren, "bewijzen". Het andere is afgeleid van weren
Vertalingen
Engelsclaim
Fransprétendre
Duitsbehaupten
Spaanssostener, sostenerse, aseverar
Poolstwierdzić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek