beweger

mannelijk (de)/bə'weɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die niet stilstaat maar zich beweegt
  2. iemand die aan sport doet
    Het moet een harde slag voor de bewegers onder ons zijn geweest, toen de Volkskrant onlangs meldde dat je doorgaans van bewegen niet afvalt. NRC Frits Abrahams 21 januari 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/01/21/dik-maar-gezond-1458455-a1319509 Dik, maar gezond]
    In vergelijking met de niet-lopers vertoonden alle bewegers 30 procent minder risico om vroegtijdig te sterven en zelfs 45 procent minder kans om te sterven aan een hartaanval of beroerte. De Telegraaf 06 feb. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/454877/zelfs-klein-stukje-hardlopen-erg-gezond Zelfs klein stukje hardlopen érg gezond]
  3. iets of iemand die snel veranderd
    Nu weten we dat de CHF en de SEK geen snelle bewegers zijn waarmee de GBP en EUR overblijven als de munten die dikke winst realiseren in hun verhouding met de USD. De Telegraaf GÖKHAN EREM 12 apr. 2013 [https://www.telegraaf.nl/financieel/1117735/er-is-weer-goed-nieuws Er is weer goed nieuws!]
  4. iets of iemand die iets of iemand anders in beweging brengt

Etymologie

* van bewegen