bevrijding
vrouwelijk (de)/bəˈvrɛidɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vrij maken van mensen die gevangen gehouden of onderdrukt worden.Bij de herdenking van veertig jaar einde van de Tweede Wereldoorlog in 1985 baarde de toenmalige West-Duitse president Richard von Weizsäcker veel opzien, omdat hij in een rede tot de Bondsdag stelde dat het einde van de oorlog ook voor de Duitsers een bevrijding betekende. [http://www.nu.nl/buitenland/4038717/meeste-duitsers-zien-einde-oorlog-als-bevrijding.html www.nu.nl]van Loon, 1947) In januari 1945 lagen er al plannen klaar voor iedere sectie om te helpen de bevrijding te realiseren.De bevrijding gebeurde niet in één keer. Eerst werd het zuiden van Nederland bevrijd. Dat was in 1944.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bevrijden .
Vertalingen
Engelsliberation
Franslibération
DuitsBefreiung
Spaansliberación
Poolswyzwolenie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek