bevriezen

/bəˈvrizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) door afkoeling in vaste toestand komen
    Water bevriest bij nul graden Celsius.
    De een-na-laatste dag werd ik getroffen door een enorme sneeuwstorm die de hele dag duurde. Terwijl ik liep viel er ruim 15 centimeter sneeuw en door de harde wind bevroor mijn baard, die inmiddels ook bijna 15 cm lang was geworden.
    En als het hout dan opnieuw bevroor barstten de samenvoegingen en werd de paal waardeloos.
  2. erga (erga) door afkoeling ophouden met werken of beschadigd raken
    Tijdens deze strenge winter is een deel van de oogst bevroren.
  3. erga (erga) ineens ophouden met bewegen; verstijven; dichtklappen
    Ze bevroor als een konijn in het licht van koplampen.
    Zijn glimlach bevroor.
    De realiteit is een koude vlaag die alles bevriest.
  4. ov (ov) iets door afkoeling in vaste toestand doen komen
    We bevriezen onze groenten twee uur na de oogst.
  5. ov (ov) iets blokkeren of niet verder laten toenemen
    Thailand wil de export naar de EU bevriezen.

Etymologie

*Afgeleid van vriezen .

Vertalingen

Engelsfreeze
Franscongeler
Spaanshelar
Poolszamarzać