bevredigen
/bəˈvredəɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) beantwoorden aan een sterk verlangenDat antwoord bevredigde hem allerminst.Zijn nieuwsgierigheid was volkomen bevredigd.Hij kon haar niet bevredigen.
- (refl) het seksuele verlangen door masturbatie stillenHij had zich bevredigd.
Etymologie
*Afgeleid van vrede of afgeleid van vredig
Vertalingen
Engelssatisfy
Franssatisfaire
Duitsbefriedigen
Spaanssatisfacer, contentar, aplacar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek