bevoorraden
/bəˈvoradə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorzien van benodigdhedenDe van de buitenwereld afgesneden stad kon enige tijd niet bevoorraad worden.
- (refl) zich ~; zichzelf van de nodige zaken voorzienHij bevoorraadde zich met genoeg voedsel om de winter door te komen.
Etymologie
*Afgeleid van voorraad
Vertalingen
Engelssupply
Fransravitailler, approvisionner
Duitsbevorraten, beliefern
Spaansabastecer, abastecerse, aprovisionar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek