bevolkingskrimp
mannelijk (de)/bəˈvɔlkɪŋsˌkrɪmp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demografie) vermindering van het aantal inwonersIn Flevoland groeide het aantal inwoners vorig jaar verhoudingsgewijs het sterkst, terwijl gemeenten in Zuid-Limburg, de Achterhoek en Zeeland door de relatief vergrijsde bevolking te maken hadden met bevolkingskrimp.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek