bevissing

vrouwelijk (de)/bə'vɪsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de intensiteit waarmee men vissen vangt in een bepaald gebied
    Proeven hebben echter aangetoond dat het herstel van mosselbanken, die onder meer door bevissing zijn verdwenen, niet eenvoudig is. Geduld hebben voor natuurlijk herstel is op zijn plaats. Het niet-verstoren van bestaande mosselbanken moet prioriteit hebben boven herstelexperimenten, stellen de onderzoekers. De Telegraaf 16 apr. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/833307/mosselbanken-van-levensbelang-voor-waddenzee Mosselbanken van levensbelang voor Waddenzee]
    De andere, vaak lange, brieven gaan over onder meer landbouw, architectuur en homeopathie. Ook suggereert hij in een brief dat de marine zou kunnen helpen bij het bestrijden van illegale visserij. „In het bijzonder hoop ik dat de illegale bevissing van de Antarctische diepzeeheek hoog op uw prioriteitenlijst staat, want zolang de handel daarin doorgaat is er weinig hoop voor die goede oude albatros, waarvoor ik zal blijven vechten”, schrijft hij aan het ministerie van Landbouw. De Telegraaf 13 mei 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/820343/charles-uit-zorgen-in-brieven-aan-regering Charles uit zorgen in brieven aan regering]

Etymologie

* van bevissen

Vertalingen

Engelsfishing intensity