bevelhebberschap

onzijdig (het)/bəˈvɛlhɛbərˌsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. positie van hoogste commandant over een groep of gebied
    De Britse premier riep de Verenigde Staten op Europa niet te laten vallen, maar in tegendeel samen te werken. Hij bepleitte een partnerschap „gebaseerd op overtuigingskracht, en niet op bevelhebberschap”.

Etymologie

* afleiding van bevelhebber