beurt

mannelijk/vrouwelijk (de)/børt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gelegenheid of opdracht die bewust telkens aan een andere persoon uit een groep gegeven wordt
    De spelregels zeggen dat je dan je beurt moet overslaan.
    Wacht even, je moet wel op je beurt wachten.
    Op 5 juli 2017 is het de beurt aan Fabio Aru. De Sardijn ontsnapt op 2,4 kilometer van de finish aan de wurggreep van Team Sky. Maar de verwachting dat hij het Froome in de Tour wel eens moeilijk zou kunnen maken, komt niet uit.

Etymologie

*van Middelnederlands "boorte", in de betekenis van ‘geregelde volgorde’ voor het eerst aangetroffen in 1445

Uitdrukkingen

  • om de beurt
  • op zijn / haar beurttoen hij of zij de beurt had

Vertalingen

Engelsturn
Franstour
Spaansturno
Russischочередь
Poolskolej