beukerij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een eenheid artillerie-wapens (zoals kanonnen, houwitsers, mortieren en raketwapens), vaak opgesteld in een rij
- plaats waar men stokvis beukt
Etymologie
* van beuken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek