beukenbos
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ecologie) een bos dat vooral beuken bevatStaatsbosbeheer deed in augustus van dit jaar aangifte van vernieling en diefstal van tondelzwammen uit een beukenbos in Renkum. [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1034856/rovers-van-zwammen-betrapt Rovers van zwammen betrapt], De Telegraaf, 19 nov. 2013De stinzenflora, die natuurlijk bij zo'n geurig beukenbos hoort, is nu al knapperig groen. Ook de meidoorn en de hulst hebben deze herfst een rijke dracht aan bessen. [http://krant.telegraaf.nl/krant/enverder/venster/reizen/reis.Nederland/reis.Zuidholland/reis.0001021klzwitserlandpark.html Klein-Zwitserland: De nootjes kraken onder je schoenen], Jos van Noord, De Telegraaf, 21 okt. 2000
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek