betuigen

/bəˈtœʏxə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets duidelijk stellen
    Hij betuigde zijn medeleven met de familie van de overledene.
    Tijdens hun afscheid in het café in Amersfoort had hij haar op de valreep nog wat anekdotes verteld over ondernemers die hun steun aan zijn site betuigden.

Etymologie

*Afgeleid van het Middelnederlandse werkwoord tugen .

Uitdrukkingen

  • spijt betuigenzich verontschuldigen
  • zijn medeleven betuigencondoleren
  • zijn deelneming betuigencondoleren

Vertalingen

Engelsexpress, express one's sympathy
Duitsäußern, bekunden, bezeugen