betrappen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand ~: getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
    De dief werd door de politie op heterdaad betrapt.
    De man werd betrapt op het rijden door rood licht.
    Ook kwamen ze er langzamerhand achter dat de geuite beschuldigingen op een kern van waarheid berusten. ’Chantal betrapte zichzelf erop dat ze aan zijn lippen hing.
  2. ov (ov) iemand ~: getuige worden van een feit dat verborgen had moeten blijven
    Haar schoonmoeder schuifelde nogal ongemakkelijk op haar stoel. Een uiting van onzekerheid waar ze normaal gesproken nooit op te betrappen viel.

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde trap (val)

Vertalingen

Engelscatch
Franssurprendre
Duitserwischen, ertappen
Spaanssorprender
Deensoverraske