betekenisloosheid
vrouwelijk (de)/bətekənɪs'loshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het betekenisloos zijnDe betekenisloosheid van het amusementsprogramma maakte het programma niet minder amusant.
Etymologie
* afgeleid van betekenisloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek