betalen
/bəˈtalə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ditr) geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoenWij hebben het uiteindelijk toch betaald gekregen.Wij moesten voor alle diensten afzonderlijk betalen.De mensen zijn er enorm enthousiast over, wat niet meer dan logisch is. Je betaalt een bepaald bedrag en daarmee is de kous dus af.
Etymologie
:Noord: : betala, /: betale,
Uitdrukkingen
- De tol aan de natuur betalen — dood gaan
- Het gelag betalen — alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben
- Met gesloten beurs betalen — door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen
- Sijmen betaalt — diegene die het minste verdient draagt de kosten
- Iemand iets betaald zetten — Wraak op iemand nemen
- Iemand met gelijke munt terugbetalen — Wraak op iemand nemen
- Een hoge prijs betalen — Ergens slecht vanaf komen
- Leergeld betalen — Door schade en schande wijzer worden
Vertalingen
Engelspay
Franspayer
Duitsbezahlen, zahlen
Spaanspagar
Italiaanspagare
Portugeespagar
Poolspłacić
Zweedsbetala
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek