betaaldag
mannelijk (de)/bə'taldɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de dag waarop men moet betalenDe minister benadrukte echter dat "er geen enkele garantie is dat dit ook werkelijk gebeurt". Op 30 december, de laatste betaaldag van 1999, moet nog een bedrag van 12 miljard aan belastinginkomsten binnenkomen. Komt dat bedrag pas begin januari volgend jaar binnen, dan verdwijnt het tekort pas aan het begin van het nieuwe millennium. NRC 16 december 1999
- de dag waarop men het loon ontvangtMoederdag is in de jaren twintig in de Verenigde Staten onstaan als een soort betaaldag voor moeders: man en kinderen drukten hun waardering voor de onbetaalde inzet en zorgzaamheid van moeders uit in het geven van cadeautjes. Zeventig jaar later kunnen wij dezelfde reden aanvoeren om Moederdag te vieren: bijna driekwart van het onbetaalde werk in een gezin, waaronder het huishouden en het verzorgen van kinderen vallen, rust op de schouders van moeders. Uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de verdeling van betaald en niet betaald werk binnen het gezin de afgelopen twintig jaar nauwelijks is veranderd. NRC Kim Wannet 13 mei 1995
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek