bestuursrechter

mannelijk (de)/bə'styrsrɛxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) rechter belast met de rechtspraak t.a.v. het bestuursrecht
    Daarmee schuift het hof het oordeel over het werk van de inspectie door naar de bestuursrechter in Amsterdam, die op 20 januari uitspraak doet over de rechtmatigheid van het optreden van onderwijsminister Arie Slob in de Haga-zaak.