besomming
vrouwelijk (de)/bə'sɔmɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de opbrengst van een visreis of die van het totaal der opbrengsten van een visseizoen of teelt
Etymologie
* afleiding van som
Vertalingen
Engelsgrossing
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek