woorden
boek
Start
›
B
›
besnijder
besnijder
mannelijk (de)
/bə'snɛɪdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
huishouden
(huishouden) iemand die (meestal om religieuze redenen) besnijdt
Etymologie
*afgeleid van besnijden
Verwante woorden
besnaar
besnaard
besnaarde
besnaarden
besnaart
besnaren
besneden
besneed
besneeuw
besneeuwd
besneeuwde
besneeuwden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← besnijdenissen
besnijders →