besmetten

/bəˈsmɛtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) blootstellen aan een ziektekiem, gif of radioactief materiaal en dan drager worden van de ziektekiem, gif of radioactief materiaal.
    Hij raakte door onverstandig seksueel gedrag besmet met het HIV-virus.
    Een druk station en ook andere drukke plekken zijn te vergelijken met de situatie in de bio-industrie. Daar zal men elkaar gemakkelijk besmetten. Zo werkt de natuur.

Etymologie

*Afgeleid van smet en en volgens regel 2.B[http://woordenlijst.org/leidraad/2/2/] Taalunieversum » leidraad » verdubbeling van medeklinkers

Vertalingen

Engelscontaminate, infect
Spaanscontagiar
Poolszakażać