beslaan

/bəˈslan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een bepaald gebied betreffen
    Zijn rayon beslaat geheel Zuid-Holland, Zeeland en een stuk van Brabant.
    De brandweer in Frankrijk heeft zaterdag een zeer grote bosbrand in de zuidelijke streek de Cevennen onder controle gebracht. Het vuur verspreidt zich niet meer, maar beslaat nog wel een gebied van 650 hectare.
  2. ov (ov) een paard van een hoefijzer voorzien
    Het paard werd meteen beslagen.
  3. erga (erga) door condensatie dof of ondoorzichtig worden
    Bij het betreden van het binnenbad besloegen de glazen van zijn bril.

Etymologie

*afgeleid van slaan

Uitdrukkingen

  • Beslagen ten ijs komengoed voorbereid zijn en zeker zijn

Vertalingen

Engelscover, comprise, shoe
Fransferrer
Spaansocupar, ocupar espacio, herrar
Poolspodkuwać