beslaan
/bəˈslan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een bepaald gebied betreffenZijn rayon beslaat geheel Zuid-Holland, Zeeland en een stuk van Brabant.De brandweer in Frankrijk heeft zaterdag een zeer grote bosbrand in de zuidelijke streek de Cevennen onder controle gebracht. Het vuur verspreidt zich niet meer, maar beslaat nog wel een gebied van 650 hectare.
- (ov) een paard van een hoefijzer voorzienHet paard werd meteen beslagen.
- (erga) door condensatie dof of ondoorzichtig wordenBij het betreden van het binnenbad besloegen de glazen van zijn bril.
Etymologie
*afgeleid van slaan
Uitdrukkingen
- Beslagen ten ijs komen — goed voorbereid zijn en zeker zijn
Vertalingen
Engelscover, comprise, shoe
Fransferrer
Spaansocupar, ocupar espacio, herrar
Poolspodkuwać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek