beschimmelen
/bəˈsxɪmələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) aangevreten worden door schimmelsDat brood zal snel beschimmelen in dit vochtige warme weer.
Etymologie
*Afgeleid van schimmelen .
Vertalingen
Engelsget mouldy, go mouldy
Fransmoisir
Duitsschimmeln, verschimmeln
Spaansenmohecerse, enmohecer, encanecer
Portugeesmofar, bolorecer
Zweedsmögla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek