beroepsmisdadiger

mannelijk (de)/bə'rupsmɪzdadəɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die als belangrijkste inkomstenbron het plegen van misdaden heeft
    Volgens schattingen van insiders telt Nederland zo'n 1200 beroepsmisdadigers. Daarvan zitten er momenteel slechts 30 tot 35 achter de tralies [http://www.parool.nl/amsterdam/woningen-steeds-vaker-doelwit-van-overvallers~a4394060/ www.parool.nl]