beroepscode

mannelijk (de)/bə'rupskodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van geschreven en ongeschreven regels waaraan de beoefenaar zich moet houden bij de uitoefening van zijn beroep
    En waarom zou ik niet eerlijk zijn? Ik kan zeggen wat ik wil, er is geen enkele tuchtraad of beroepscode die me hier zal terugfluiten.
    'Maar in tegenstelling tot een coach, heb ik een beroepscode. En ik ben bang dat ik over de schreef ben gegaan.'