beroepsbevolking

vrouwelijk (de)/bə'rupsbəvɔlkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) het aantal mensen in een bepaald gebied dat wil, kan en mag werken voor geld
    Werklozen worden meegerekend bij de beroepsbevolking.
    De meerderheid van de beroepsbevolking in Nederland werkt in de dienstensector.
    Burn-outs zijn tegenwoordig beroepsziekte nummer 1. Het NRC meldt dat meer dan 14 procent van de werknemers jaarlijks burn-outklachten ondervindt. Zo’n 5 procent van de beroepsbevolking komt als gevolg daarvan langdurig thuis te zitten.