beroepsbekwaamheid

vrouwelijk (de)/bəˌrupsbɛˈkwamhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. specifieke kennis en vaardigheden om het werk in een bepaald vak goed uit te doen
    Volgens haar was hij een ervaren piloot, en had hij vorige maand juist zijn jaarlijkse medisch onderzoek met goed gevolg ondergaan. Vier weken geleden was zijn beroepsbekwaamheid nog getest.