berijdster
vrouwelijk (de)/bə'rɛɪtstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die ergens op rijdt
- vrouw die paardrijdt; vrouwelijke ruiterOmdat Linda in Berlijn niet meteen een baan als berijdster vond, bestreed ze de verveling en haar verlangen naar Bergamotte met een ondernemingsidee.
Etymologie
* afleiding van (nomact) van berijden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek