bergrug

mannelijk (de)/ˈbɛrᵊxˌrʏx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een langgerekte bergachtige hoogte
    De bergrug leek door weinig passen doorsneden te worden.
    ‘YeeHaaaaa…’ klonk het opeens vanaf de bergrug boven ons. Een jonge jongen in een Schotse rok kwam keihard in een stofwolk de berg af rennen en sprong onmiddellijk op Pogues rug. Het was de 18-jarige Goldie uit Oostenrijk, een energieke stuiterbal met een opvallend harde stem. Hij gaf me een boks en vertrok meteen de kloof in om water te halen.

Vertalingen

Engelsmountain ridge, ridge, mountain range
Franscrête
DuitsGebirgsrücken
Spaanscresta