bergkoning

mannelijk (de)/'bɛrxkonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koning van een berglandschap
    Er is sprake van een tweede versie van hetzelfde album, de volgende zomer, Modern Polar Mountain Music, gearrangeerd voor synthesizers en orkest, met meer nadruk op de wat- uitbundigere stukken, zoals de ‘Trollenmars’ voor Moog en Ondes-Martenot en ‘In de hal van de bergkoning’ voor Roland Alpha Juno, laserharp en geprogrammeerde drums.
  2. wielrenner die het beste kan klimmen; leider in het bergklassement