bergbewoner

mannelijk (de)/'bɛrɣbəwonər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mens of dier dat in de bergen leeft
    De bergbewoner was een simplistisch mens en propageerde dat iedereen moest reageren zoals hij.
    Daarna zag hij Otto Grundtz de bergbewoner naar de galg geleiden, en toen de grote, ononderworpen man op het krukje stond, hoorde Szymon hem brullen: `Steek de hele rotzooi in brand!' en nog dagenlang klonk het geroep in zijn oren na.