bereikbaarheid
vrouwelijk (de)/bə'rɛɪɡbarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het haalbaar zijn van iets
- de mogelijkheid bij iets of bij iemand te komen.De bereikbaarheid van de De Erasmus Universiteit Rotterdam is met de fiets, het openbaar vervoer en met de auto goed.
Etymologie
*afgeleid van bereikbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek