bereikbaarheid

vrouwelijk (de)/bə'rɛɪɡbarhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het haalbaar zijn van iets
  2. de mogelijkheid bij iets of bij iemand te komen.
    De bereikbaarheid van de De Erasmus Universiteit Rotterdam is met de fiets, het openbaar vervoer en met de auto goed.

Etymologie

*afgeleid van bereikbaar