beplanten

/bə.ˈplɑn.tə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (een terrein) bezetten met de geschikte planten
    Onze tuinier heeft het linkse perk beplant met rododendrons.

Etymologie

*Afgeleid van planten .

Vertalingen

Engelsplant
Fransplanter, boiser
Duitsbepflanzen
Italiaanspiantare