bepaaldheid

vrouwelijk (de)/bə'palthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het duidelijk te onderscheiden zijn van andere zaken
    Zo ook waren Catharina's ogen geweest, omfloerst door het ontbrekende in haar Aziatische plooi, van iedere bepaaldheid ontdaan, wezenloos, begoochelend, verlammend als een blote kont, zich verhoudend tot andere ogen als het zwijgen tot het woord.

Etymologie

* afleiding van bepaald

Vertalingen

Engelsdefinition