benzol

/bɛnˈzɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een organische verbinding met als brutoformule C6H6

Etymologie

* van "Benzol", als benaming in 1834 voor het eerst gebruikt door de Duitse scheikundige (1803-1873) gevormd uit "Benzin" met -ol als verwijzing naar Latijn "oleum" "olie", in de betekenis van ‘benzeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1867

Vertalingen

DuitsBenzol
Spaansbenzol, benceno